Categorieën
beleid-lobby

Privacy in veiligheids-initiatieven

Belangrijke vragen

Welke privacyregels moet je buurtpreventiegroep, buurtwhatsappgroep en andere veiligheidsinitiatieven volgen? Beheerders en deelnemers van veiligheidsinitiatieven stellen regelmatig vragen. Wat gebeurt er met de gegevens die in een app zitten, van de telefoonnummers en e-mailadressen tot de meldingen van verdacht gedrag? Wie mag daar iets mee doen, afgezien van de leden van de appgroep? Belangrijke vragen.

Wat is privacy wetgeving?

Privacy is wetgeving die tot stand is gekomen na de horror-tijd van de Tweede Wereldoorlog. In Nederland werden tot die tijd gevoelige gegevens (over ras en ethniciteit) werden verzameld door de overheid en die werden voor onvoorziene doeleinden gebruikt (deportaties). Huidige wetgeving is de Algemene Verordeing Gegevensbescherming (AVG), een wet die alle Europese landen gelijkelijk toepassen.

Belangrijkste punten

De twee cruciale punten bij de privacy wetgeving volgen hier uit. Ten eerste, het beschermt het individu tegen misbruik van systematisch verzamelde gegevens. Je valt pas onder de privacy wet als je gegevens systematisch verzamelt en opslaat. Ten tweede, zodra je gegevens verwerkt (dat gaat van opslaan tot gebruiken): houd je aan een duidelijk, vooraf bekend gemaakt maatschappelijk doel en ga de gegevens niet later ook ergens anders voor gebruiken (het WOII voorbeeld maakt dat duidelijk).

Wat betekent dit voor veiligheidsinitiatieven:

Deelname aan een serieuze veiligheidsapp valt onder de privacy wetgeving. Er is sprake van systematisch opgeslagen persoonsgegevens en er is een min of meer beroepsmatig gebruik van de gegevens. Je kan ook zeggen, het is puur hobbymatig, beetje kletsen onderling, dan valt het er niet onder. De redenatie is duidelijk: als het een min of meer beroepsmatige bezigheid is, is de ernst van misbruik van de gegevens veel groter.

Persoonsgegevens: tot een persoon herleidbare gegevens. Dus foto’s, telefoonnumers, adressen etc. Alles wat niet tot individuen te herleiden is – bijvoorbeeld als je na een jaar vaststelt dat je 50 meldingen van inbraak hebt gehad – dan is het geen persoonsgegeven en is er geen controle op onder de privacy wetgeving. Het basismateriaal voor die conclusie mogelijk wel.

Deelname aan een groepsapp betekent dat de gegevens die je er in deelt, beschikbaar gemaakt worden voor partijen waarmee wordt samengewerkt, zoals andere deelnemers, politie en gemeenten. Dat is kernachtig de werkwijze van deze apps, dat veel mensen meekijken. Het is als Veiligheidsinitiatief verstandig om duidelijk te maken met welke partijen je gegevens gedeeld worden. Als je dat duidelijk zegt, kan je stellen dat deelname toestemming impliceert, maar er gaat een moment komen dat mensen voor dergelijke apps expliciet en geïnformeerde toestemming voor moeten geven.

Als je als beheerder van een appgroep besluit dat gegevens ook met andere, nieuwe partijen gedeeld moeten worden, mag dat alleen als dit duidelijk binnen het doel van de appgroep valt. Dus, als je het met de afdeling veiligheid van de gemeente wil delen (in de praktijk: een BOA aan de groepsapp toevoegen) dan is dit helder en geen probleem. Ga je groepen samenvoegen? Alleen als ze allemaal doelstellingen hebben die in overeenstemming zijn. Let op dat groepen ook meerdere doelen kunnen hebben. Bijvoorbeeld de ondernemersvereniging, die veiligheid belangrijk vindt, maar ook wil kunnen ondernemen. Zo’n groep moet expliciet uitsluiten gegevens uit de groep te gebruiken voor ondernemersdoeleinden.

Veiligheidsinitiatieven mogen alleen persoonsgegevens verzamelen als deze nodig zijn voor hun doeleinden. Het is handig als er een direct verband is tussen de activiteiten van het veiligheidsinitiatief en de gegevens die het verzamelt.

Als je gegevens deelt, moet je je beschermen tegen het risico dat ongewenste personen meekijken. Een veilige verbinding is een methode, niet op publiekelijk toegankelijke plekken (Facebook) is ook een voorwaarde.

Controle

Voor controle op organisaties is de Autoriteit Persoonsgegevens controlerend orgaan. Zij kunnen nagaan of je voldoet aan de voorwaarden. De kans dat ze bij veiligheidsinitiatieven aankloppen is de komende jaren verwaarloosbaar. Toch helpt het als je aan deelnemers, partners en gemeenten kunt aangeven dat je voldoet aan deze belangrijke maatschappelijke richtlijn.

Categorieën
beleid-lobby

Voorkomen huiselijk geweld vooral zaak van burger

Recent meldde het Landelijk Psychotraumacentrum dat sommige instanties aangeven dat ze 50% meer signalen binnen krijgen die kunnen wijzen op huiselijk geweld, anderen melden zelfs het dubbele.[1] Buurtbewoners zijn meer dan ooit de enige bescherming tegen huiselijk geweld nu mensen thuis bij elkaar zitten en de overheid weinig capaciteit heeft om te ondersteunen. Professionals van politie, zorg en gemeente moeten de rol van burgers in de veiligheid erkennen en ontwikkelen. Dat dit nu niet gebeurt is onverstandige omgang met de risico’s van huiselijk geweld.

De bijdrage van burgers aan veiligheid is zeer groot. Negen op de tien aanhoudingen vinden plaats doordat een burger cruciale informatie verstrekt. In tijden van crisis is de burger altijd de eerste ter plaatse en dus belast met de taak om hulp te verlenen en contact op te nemen met hulpdiensten. Het blijkt dat mensen die elkaar kennen, ook al is het maar heel kort, elkaar snel helpen tijdens een crisis. Buurtpreventiegroepen en buurt whatsapp groepen zijn voorbeelden van initiatieven die de veiligheid en het welzijn van mensen in hun omgeving vergroten. Zo’n groep actieve burgers met een gezamenlijk perspectief op de problemen en mogelijkheden van de buurt noemen we een gemeenschap, in het Engels een community. Communities of gemeenschappen voeren gezamenlijke, gecoördineerde taken uit, zoals door de wijk wandelen en verdacht gedrag signaleren, of via de app signalen uitwisselen. Het geeft hen relatief goed zicht op de wijk, beter dan de hulpverlener.

De flexibiliteit van communities staat in groot contrast met de organisaties die huiselijk geweld aanpakken: met name politie, gemeente en gespecialiseerde zorginstellingen. De officiële signalering en aanpak volgen strakke protocollen voor dienstverlening. Dat is hoe deze organisaties kwaliteit borgen. Maar daardoor is ook hun verwerkingscapaciteit snel vol: meldingen van huiselijk geweld konden voor de coronacrisis in sommige regio’s al niet zonder wachttijd worden opgepakt.

Het is logisch dat gemeenschappen van actieve burgers vaak een veel grotere capaciteit hebben om te signaleren in de buurt. Helaas hebben de instanties moeite om samen te werken met gemeenschappen: ze hebben het te druk met hun interne processen. Zoals een gemeente het onlangs verwoordde: je kan na de coronacrisis bellen over burgerparticipatie tegen huiselijk geweld tijdens de coronacrisis. Hoewel instanties het bedoelen als een manier om zich te concentreren op wat belangrijk is, slaan ze belangrijke hulpbronnen om de veiligheid te ondersteunen af.

Meerdere instanties roepen op tot maatregelen. Buren kunnen in België (ook) melden bij de apotheek. Voorlichting aan leerkrachten hoe ze op afstand signalen van huiselijk geweld kunnen waarnemen. Dat zijn preventieve maatregelen. Voor de repressieve maatregelen stelt de Regionale Veiligheidsstrategie Midden Nederland voor om huisverboden preventief in te stellen. Nergens wordt er voorgesteld om gemeenschappen handelingsperspectief te geven om als groep een netwerk te kunnen vormen voor burgers. In het kader van de privacy is het beter om niemand te zeggen dat er een probleem is.

Deze reactie op de alarmerende stijging van de aanwijzingen van huiselijk geweld is onverstandig. Juist nu moeten actieve gemeenschappen een prominente rol krijgen in onze professionele organisaties. Instanties moeten meer met hen samenwerken en helpen de spanningen die in huishoudens oplopen, te reduceren door afleiding en activiteit. Ze moeten contact leggen om ernstige signalen vertrouwelijk te kunnen melden naar instanties.

In sommige wijken zullen gemeenten en instanties hulp moeten bieden om gemeenschappen te ontdekken en ontwikkelen: in veel wijken zijn de positieve contacten met de overheid minimaal en hebben mensen geen beschermende netwerken. Van de meest ernstige situaties ontvangen instanties geen hulpvraag van de slachtoffers, dat is precies wat ze zo ernstig maakt. In die wijken zijn mensen kwetsbaarder dan ooit en het is nu alle hens aan dek om juist daar te werken aan het ontwikkelen en versterken van positieve netwerken.

Wat is daarvoor nodig? Van politie en zorginstellingen verwachten we ten eerste, dat ze beter aansluiten gemeenschappen om de sociale controle te vergroten en in een vroeg stadium problemen te signaleren. De systeemwereld waarin zij werken is misschien een voorkeur voor hun eigen organisatie, het mag niet het zicht belemmeren op de grote risico’s van huiselijk geweld die er momenteel lijken te zijn.

Ten tweede vragen we van deze instanties dat ze de rol van gezonde gemeenschappen onderkennen. Dat betekent dat ze vaardigheden en kennis delen die actieve burgers helpen signaleren en passend te handelen – alleen al interesse tonen kan een enorme invloed hebben. Burgers zijn geen professionals, maar de vaak juridische en medische middelen van professionals zijn alleen tijdelijke en ingrijpende maatregelen, niet passend voor een structurele oplossing. Professionele partijen moeten inzien dat een gezonde sociale structuur een bescherming tegen uit de hand lopende problemen is.

Ten derde vragen we dat contact en samenwerking met communities belegd wordt in de organisatie, dat het niet alleen gaat om het helpen van slachtoffers maar ook het zorgen dat communities elkaar kunnen beschermen. Aansluiten bij en ontwikkelen van initiatieven die lokale problematiek aankaarten.

Van gemeenten vragen we meer coördinatie. Doordat actieve burgers en gemeenschappen signaleren en ook tijdens de coronacrisis doen wat nodig is kan de gemeente hun acties omarmen en af te stemmen met die van hen. Gemeenten kunnen geen extra capaciteit organiseren om het stijgend aantal aanwijzingen van huiselijk geweld te adresseren. Het huisverbod dan maar preventief inzetten – dus voordat er voldoende aanleiding voor is – is een paardenmiddel. Gemeenten moeten juist zorgen dat veiligheidsinitiatieven en andere belangrijke communities structureel kunnen samenwerken om dit soort maatschappelijke problematiek aan te pakken. En dat alle mogelijke contacten van de gemeenten met actieve burgers worden benut om hen te mobiliseren bij het ontwikkelen van zorgzame gemeenschappen. Zodat we in gewone en buitengewone tijden veilig samen kunnen wonen.

Gelukkig zijn er veel burgers en communities die met creatieve en integere projecten gezinnen in moeilijkheden ontspanning bieden. Dat is van enorme waarde en het bewijst zich tijdens uitzonderlijke situaties als deze. Dat moeten we nu omarmen. Er moet landelijk beleid komen voor gemeenten, politie en hulpverlenende organisaties met gemeenschappen samen te werken, te ontwikkelen en ze een plek te geven in ketens van veiligheid en zorg.


[1] https://www.rtlnieuws.nl/nieuws/nederland/artikel/5071381/corona-thuis-geweld-huiselijk-geweld-kinderen-kindermishandeling, https://www.rtvoost.nl/nieuws/328379/Zorgen-om-toename-huiselijk-geweld-tijdens-coronacrisis-Blijf-alert en https://veiligheidscoalitie.nl/nieuws/?id=1699&utm_source=newsletter&utm_medium=email&utm_campaign=Trendanalyse:%20impact%20corona%20op%20criminaliteit%20(editie%201)&utm_source=emark&utm_medium=email&utm_campaign=campaign-het-ccv-over-aanpak-overlast-wat-kun-je-doen-tegen-buren-of-jeugdoverla gezien 3 April 3, 2020