Categorieën
Praktijk

Als de desillusie neerdaalt

Bij een ramp of crisis is er na de eerste impact, in eerste instantie grote saamhorigheid. Samen schouders eronder, hart voor elkaar. De situatie staat volop in het nieuws, alles is belangrijk. Voor velen een mooie ervaring. Als de ergste nood gelenigd is en het leven langzaam weer hervat wordt, zijn de problemen niet weg, maar de aandacht ervoor wel. Dan volgt een periode van desillusie.

Want niet iedereen is even hard geraakt. Mensen die kunnen, die gaan weer aan het werk of andere dagdagelijkse activiteiten, terwijl mensen wiens leven volledig op de kop is gezet door de dood van een geliefde, blijvende fysieke schade en enorme financiële impact, hebben het gevoel hebben achter te blijven. Ze voelen zich verlaten, verraden door mensen die het beter hebben en nu voor zichzelf kiezen. Ze zijn boos en gefrustreerd.

De gemeenschap waarin ze leven is daarin niet veel anders. Iedereen kent het verhaal, er is niet veel meer aan te doen, het is tijd om verder te gaan… Waar buren op elkaar leunden zijn ze nu op zichzelf teruggeworpen. En dat doet dubbel pijn.

Uiteindelijk moeten mensen hun eigen huishouden, werk en leven weer opbouwen. Dat betekent: verlies nemen, verdriet verwerken en dan zelf aan de slag. Dat kan niemand vóór hen doen. Wanneer mensen mogelijkheden zien, voor groei, voor kansen en om hun leven weer betekenis te geven, dan zijn ze onderweg naar de fase die ze reïntegratie noemen.

Dit even feitelijke als intrigerende handboek voor hulpverleners is geschreven door Deborah Wolf. Wat heeft zij te zeggen over de kwaliteiten van de gemeenschap waarin je leeft om je door de desillusie heen te helpen en je weer bij je eigen kracht te brengen?

Essentieel: wacht niet op de hulpvraag. Zorg dat je die zelf ontdekt. Dan denk ik aan de potentiële slachtoffers van huiselijk geweld in Nederland. Er is niemand die hun vraag ziet. Niemand wordt opgeroepen om hun vraag te zien. Instanties wijzen naar elkaar: regionale RVS Midden Nederland zegt, gebruik het huisverbod preventief. Landelijke lobbyverenigingen zeggen: het kabinet moet regie nemen. Want wij hebben het niet. Dat zijn geen overtuigende manieren om de hulpvraag te bereiken.

Wij moeten dit in onze eigen gemeenschappen organiseren – wijken, scholen, families en andere groepen waar we lid van zijn. Daarvoor hoeven we niet mensen als geweldenaars aan te wijzen. We kunnen ook zorgen voor afleiding, luchtige en positieve zorg.

We blijven ook signaleren waar we problemen zien. We laten ons bijpraten door experts over vormen van geweld en hoe we die herkennen.

En als leden van gemeenschappen betamen: we zorgen voor elkaar, we wachten niet tot de overheid zegt hoe we dat moeten doen. Elkaar aanmoedigen, niet klagen over tekorten. Een aanspreekpunt zijn voor de buurt. Als onderdeel van de buurtpreventie, buurtwacht of andere vereniging ken je de wegen en de ambtenaren beter. Help daarmee, dat kan anderen schelen.

En deel je ervaringen op 19 mei a.s.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *